Meten visus bij kinderen met visuskaart

visuskaart lea symbolen JGZ richtlijn-2Voor het meten van de visus bij kinderen is er een nieuwe kaart ontwikkeld in overeenstemming met de nieuwe JGZ richtlijn: opsporen oogafwijkingen (2019). Deze visuskaart met aan de ene zijde LEA symbolen en aan de andere zijde Tumbling E symbolen kan gebruikt worden voor het meten van de visus bij kinderen op zowel 4 als 5 meter afstand. Het betreft een niet transparante kaart die aan de muur gehangen kan worden, dit in overeenstemming met de richtlijn. De kaart is voorzien van decimale notaties en waarden, de 4 meter notaties staan de linkerkant van de kaart en de 5 meter notaties staan de rechterkant van de kaart.

De kaarten zijn beschikbaar vanaf oktober. Het productieproces start in september. Neem contact met ons op voor het reserveren en de prijs bij grotere aantallen.

 

Toelichting richtlijn: opsporen oogafwijkingen (2019)

Voor het testen van de visus is conform de richtlijn opsporen oogafwijkingen (2019) de visuskaart met E-haken (tumbling E) en de LEA symbolen nodig. Daarnaast ook een goede afdekbril (afdekbril Leidenstandaard afdekbrildisposable afdekbril of occluder op handvat). Of er gebruik gemaakt wordt van de E-haken of de LEA symbolen hangt af van de leeftijd van de testpersoon. Hieronder een korte toelichting op de richtlijn (bron: Nederlands Centrum Jeugdgezondheid).

  • Voor kinderen met een leeftijd van 42-48 maanden zal de E-haken test gebruikt worden, bij onvoldoende medewerking de LEA symbolen. Bij 54-66 maanden moet de E-haken kaart worden gebruikt, alleen in bijzondere gevallen de LEA symbolen.
  • De vertrouwde Landolt C kaart met 5 symbolen op rij mag als alternatief worden gebruikt voor de E-haken kaart tot 1-1-2021. De transparante Landolt-C kaart mag tot vervanging nog gebruikt worden mits op een witte achtergrond, bij voorkeur wit papier.
  • Voor het monoculair bepalen van de visus moet 1 oog afgedekt worden, dit kan met een afdekbril (afdekbril Leidenstandaard afdekbrildisposable afdekbril of occluder op handvat). Wij raden af om het oog af te dekken met een hand aangezien dan altijd het risico bestaat dat de testpersoon door de vingers door kan kijken.
  • In het geval dat kinderen niet modeling kunnen of willen antwoorden kan er gebruikt worden gemaakt van LEA symbolen antwoordkaartjes (inbegrepen bij de kaart) of een E-haak op een stokje of als vorm van hout of dik, zwart papier dat in de hand gehouden wordt.

Eisen aan omgeving en materiaal

  • Neem de visus altijd af in een normaal verlichte spreekkamer. Maak daarbij geen gebruik van een visus lichtkast of spotjes om de kaart te belichten.
  • Gebruik een afdekbril (afdekbril Leidenstandaard afdekbrildisposable afdekbril of occluder op handvat) voor het afdekken van het oog.
  • Hang de visuskaart bij voorkeur op aan de muur op een hoogte van 1,5 meter tegen een witte achtergrond (geen afleidingen).
  • De test kan worden afgenomen op 4 of 5 meter afstand. Voor de LEA symbolen heeft 4 meter de voorkeur bij de jongste kinderen. Het kind mag op schoot zitten van de begeleider, oudere kinder mogen zelf zitten of staan. Denk erom dat de testpersoon niet vooroverbuigt of het puntje van de stoel zit.
  • Markeer de afstand tot de visuskaart op de vloer zodat de afstand altijd hetzelfde is.
  • Instructie voorafgaande aan de test is belangrijk. Leg het kind duidelijk uit hoe de test in zijn werk gaat. Het is eventueel raadzaam om de test eerst op korte afstand te testen (bijvoorbeeld op 40 centimeter) om te zien of het kind de test ook daadwerkelijk begrijpt. Blijf het kind tijdens het aanwijzen van de symbolen aankijken en ga nooit met uw rug naar het kind staan.

Uitvoering van de visustest

  • Maak altijd gebruik van een afdekbril (afdekbril Leidenstandaard afdekbrildisposable afdekbril of occluder op handvat). Begin met het opzetten van de afdekbril.
  • Begin met het testen van het rechteroog, tenzij het een herhalingsonderzoek betreft, dan wordt begonnen met het ‘slechtste’ oog bij de vorige visusmeting.
  • Wijs de symbolen aan met een vinger of een aanwijspen. Zorg ervoor dat het hele symbool goed zichtbaar is voor het kind. Eenmalig omcirkelen van het symbool is toegestaan, maar niet om de omliggende symbolen af te dekken, omdat dan bij een lui oog een te hoge visus gemeten wordt.
  • Begin bij de bovenste regel. Wijs steeds één symbool van afnemende stapgrootte aan. Het symbool mag maximaal 10 seconden aangeboden worden (Europese Richtlijn). Ga bij een juist antwoord naar de volgende regel. Wijs bij een fout antwoord op dezelfde regel nog een symbool aan. Wordt ook dit symbool niet goed gezien ga dan 1 regel terug. Worden op die regel 3 symbolen goed aangegeven, ga dan verder naar de volgende regel. Als drie van de vijf symbolen op die rij goed beantwoord worden, ga dan naar de volgende regel. Ga door tot de laatste regel waarbij drie van de vijf symbolen goed beantwoord worden. Dat is dan de gemeten visus.
  • Benader het kind positief, zeg nooit dat een antwoord fout is.
  • Noteren van de antwoorden:
    • Vermeld welke kaart gebruikt is: E-Haken of LEA Symbolen.
    • Noteer de gemeten visus als decimaal getal per oog.